EERSTE KWARTAAL 2010
1. In het kort
• De dekkingsgraad op basis van de GOV-curve per 31 maart 2010 bedraagt 124%
• De dekkingsgraad op basis van de FTK-curve per 31 maart 2010 bedraagt 117%
• Het rendement van 1 januari tot en met 31 maart 2010 bedraagt 3,8%
• Het pensioenvermogen per 31 maart 2010 bedraagt € 13.715 miljoen euro
2. Financiële positie Philips Pensioenfonds
De financiële positie van Philips Pensioenfonds, zoals weergegeven in de onderstaande tabel, wordt onder andere beoordeeld aan de hand van verschillende dekkingsgraden. Een dekkingsgraad geeft de verhouding aan tussen de verplichtingen (pensioenuitkeringen) en het vermogen van Philips Pensioenfonds dat daar tegenover staat. Een dekkingsgraad van 100% betekent dat het Pensioenfonds precies genoeg vermogen heeft om deze verplichtingen na te komen. Is de dekkingsgraad hoger, dan beschikt het Fonds over financiële buffers. Deze dienen om schommelingen in de waarde van de beleggingen en de verplichtingen op te vangen. Is de dekkingsgraad lager, dan is er sprake van een tekort.
Er zijn wettelijke richtlijnen hoe hoog de dekkingsgraad moet zijn. Deze richtlijnen verschillen per pensioenfonds en zijn onder andere afhankelijk van de leeftijdsopbouw en het beleggingsbeleid.
Voor Philips Pensioenfonds geldt dat de dekkingsgraad momenteel minimaal 106% moet zijn.
Philips Pensioenfonds publiceert met ingang van dit kwartaalverslag twee dekkingsgraden: de dekkingsgraad op basis van de zogenoemde GOV-curve en de dekkingsgraad op basis van de zogenoemde FTK-curve. In paragraaf 4 van dit kwartaalverslag wordt de betekenis van beide begrippen nader toegelicht.
Over het eerste kwartaal van 2010 is de dekkingsgraad op basis van de GOV-curve van Philips Pensioenfonds gelijk gebleven. De dekkingsgraad op basis van de FTK-curve is over het eerste kwartaal van 2010 licht gedaald. Dit komt door de afwijkende ontwikkeling van de FTK-curve ten opzichte van de GOV-curve. De FTK-curve toont een sterkere rentedaling.
Per eind 2009 is een aanpassing doorgevoerd in de waarde van de pensioenverplichtingen. Deze aanpassing hield verband met nieuwe inzichten in de voorzienbare sterftetrends. Deze correctie heeft invloed gehad op de hoogte van de dekkingsgraad. Zonder deze correctie zou de dekkingsgraad enkele procentpunten hoger zijn geweest.
De dekkingsgraad van het Fonds op basis van de FTK-curve ligt, met 117%, ruim boven de wettelijk vereiste dekkingsgraad van 106%. Dit duidt op een gezonde financiële positie voor Philips Pensioenfonds.
Philips Pensioenfonds
3. Beleggingsresultaten Philips Pensioenfonds
Het beleggingsbeleid van Philips Pensioenfonds is erop gericht een goede balans te bereiken tussen het beperken van beleggingsrisico’s en het creëren van goede indexatiekansen op lange termijn. Om dit te bereiken zijn de beleggingen van Philips Pensioenfonds onderverdeeld in twee portefeuilles:
• Liability matching portefeuille: Een stabiele financiële positie door het beheersen van renterisico
In deze portefeuille wordt belegd in obligaties en obligatiegerelateerde beleggingen die zodanig worden gekozen dat de geldstromen van de obligaties en de pensioenuitkeringen met elkaar samenvallen (‘matchen’).
De omvang van de liability matching
portefeuille bedraagt per 31 maart 2010 70,4% van het belegd vermogen van Philips Pensioenfonds.
• Return portefeuille: Creëren van goede indexatiekansen op lange termijn
In deze portefeuille wordt actief gezocht naar een hoger rendement, onder meer om goede indexatie-kansen te creëren, door te beleggen in o.a. aandelen, onroerend goed, hedgefondsen en grondstoffen.
De omvang van de return porte-feuille bedraagt per 31 maart 2010 29,6% van het belegd vermogen van Philips Pensioenfonds.
Het totaalrendement is een gewogen gemiddelde van het rendement van de liability matching portefeuille en de return portefeuille.
Vergelijking met benchmark
Philips Pensioenfonds beoordeelt de beleggingsresultaten door ze te vergelijken met een benchmark. Een benchmark is een objectieve vergelijkingsmaatstaf voor het beoordelen van het beleggingsresultaat. De benchmark die het Fonds hanteert voor de liability matching portefeuille is de ontwikkeling van de pensioenverplichtingen in het verslagjaar, althans voor zover bepaald door opgelopen rente en renteveranderingen. De benchmark van de return portefeuille is een verzamelindex die is samengesteld conform de strategische gewichten voor de diverse delen van de return portefeuille. Over het eerste kwartaal werd op de liability matching portefeuille een rendement behaald dat enigszins hoger lag dan de benchmark. De portefeuille profiteerde van de relatief forse daling van de rente van verschillende looptijden. Verder droeg het feit dat het Fonds, vergeleken met de benchmark, minder belegt in landen met een lagere rating (Griekenland, Italië, Portugal en Spanje), positief bij aan het beleggingsresultaat. De return portefeuille presteerde ongeveer gelijk aan de benchmark.
4. Dekkingsgraden Philips Pensioenfonds
Philips Pensioenfonds publiceert in paragraaf 2 van dit kwartaalverslag twee dekkingsgraden: de dekkingsgraad op basis van de zogenoemde GOV-curve en de dekkingsgraad op basis van de zogenoemde FTK-curve. In deze paragraaf wordt de betekenis van de beide begrippen nader toegelicht.
Om een dekkingsgraad te kunnen vaststellen, dienen de hoogte van het pensioenvermogen en de waarde van de pensioenverplichtingen te worden bepaald. De hoogte van het pensioenvermogen wordt vastgesteld aan de hand van de marktwaarde van beleggingen. Het vaststellen van de waarde van de pensioenverplichtingen gebeurt onder andere aan de hand van de inschatting van de ontwikkeling van de rentestanden. Met behulp van deze rentestanden kan worden bepaald hoeveel geld nu in kas moet zijn om in de toekomst voldoende vermogen te hebben om alle pensioenuitkeringen te kunnen uitbetalen. We noemen dit ‘contant maken’. Er kunnen verschillende inschattingen ten aanzien van rentestanden (‘rentecurves’ genoemd) gebruikt worden voor het contant maken van de toekomstige pensioenuitkeringen. Philips Pensioenfonds maakt voor de vaststelling van de dekkingsgraad al sinds 2004 gebruik van de rentecurve voor euro staatsobligaties, ook wel de ‘GOV-curve’ genoemd. Er waren destijds nog geen wettelijke voorschriften voor de rentecurve die gebruikt moest worden.
Bij de invoering van het Financieel Toetsingskader in 2007 schreef de overheid voor de dekkingsgraad te berekenen op basis van de rentecurve voor euro swaps, ook wel de ‘FTK-curve’ genoemd. Het Fonds gebruikt beide rentecurves voor verschillende doeleinden. In het financieringsbeleid van het Fonds wordt de GOV-curve gehanteerd. Voor de rapportages aan DNB gebruikt het Fonds de FTK-curve. Met ingang van 2010 rapporteert Philips Pensioenfonds via de kwartaalverslagen zowel de dekkingsgraad op basis van de GOV-curve als de dekkingsgraad op basis van de FTK-curve. De meeste andere pensioenfondsen rapporteren hun dekkingsgraad op basis van de FTK-curve.
5. Ontwikkelingen verzekerdenbestand
Philips Pensioenfonds zag het aantal pensioenopbouwers in het eerste kwartaal van 2010 dalen. Het aantal pensioenontvangers en het aantal houders van een premievrije polis steeg in datzelfde kwartaal licht.

De cijfers van het vierde kwartaal van 2009 zijn op enkele plaatsen aangepast ten opzichte van de gepubliceerde cijfers in het vierde kwartaalverslag van 2009. Dit in verband met correcties in cijfers na de verschijningsdatum van het vierde kwartaalverslag van 2009. Door deze aanpassingen sluiten de cijfers in dit eerste kwartaalverslag van 2010 aan bij de cijfers in het jaarverslag over 2009.
Philips Pensioenfonds heeft gekozen voor een risicobewust beleggingsbeleid. Belangrijke doelstellingen van dit beleid zijn een stabiele ontwikkeling van de financiële positie en goede indexatiekansen op lange termijn.