Statuten

STATUTEN

Naam en zetel

Artikel 1

1.       De vereniging draagt de naam: “Federatie van Philips Verenigingen van Gepensioneerden”, verder aan te duiden als “de Federatie”.

  1. Zij is gevestigd in de gemeente Eindhoven.

Doel en middelen

Artikel 2

  1.        De Federatie stelt zich ten doel:

          –        de behartiging van de materiële en immateriële belangen van de leden van bij haar aangesloten verenigingen;

–        het bevorderen van de samenwerking tussen de aangesloten verenigingen.

  1.        Zij tracht dit doel te bereiken door:

          –        het bestuderen van en beraadslagen over alle vraagstukken die verband houden met haar doelstellingen;

–        gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen over deze vraagstukken aan de betrokken instanties;

–        namens de aangesloten verenigingen en hun leden overleg te plegen met daartoe geëigende instanties;

–        samenwerking met daarvoor in aanmerking komende organisaties en instellingen;

–        het houden van vergaderingen met de aangesloten verenigingen;

–        het helpen oprichten van nieuwe verenigingen;

–        het verzorgen van public relations;

–        alle andere wettige middelen welke het doel van de Federatie bevorderen.

Lidmaatschap

Artikel 3

Het bestuur beslist over de toelating van gewone leden gelet op artikel 5. lid 2.

Artikel 4

Bij niet-toelating door het bestuur kan de Algemene Ledenvergadering op een daartoe door de betrokkene schriftelijk ingediend verzoek alsnog tot toelating besluiten.

Artikel 5

  1.       De Federatie kent:

          –        gewone leden;

–        leden van verdienste;

–        begunstigers.

  1. Gewone leden kunnen zijn verenigingen van gepensioneerden met volledige rechtsbevoegdheid, die het in artikel 2.lid 1 aangegeven doel onderschrijven.

Deze worden verder ondermeer aangeduid als: “vereniging”.

  1. Leden van verdienste kunnen zijn natuurlijke personen die als zodanig op voordracht van het bestuur of van ten minste drie verenigingen door de Algemene Ledenvergadering zijn benoemd.
  2. Begunstigers kunnen zijn zowel natuurlijke- als rechtspersonen die als zodanig door het bestuur zijn toegelaten en de Federatie ten minste met een door de Algemene Ledenvergadering bepaalde minimumbijdrage ondersteunen.

Artikel 6

  1. De verenigingen worden vertegenwoordigd door één of meer afgevaardigden.
  2. Het lidmaatschap van de leden van verdienste is persoonlijk.

Verplichtingen van de leden

Artikel 7

  1. De verenigingen zijn verplicht tot het betalen van contributie zoals deze jaarlijks wordt vastgesteld door de Algemene Ledenvergadering. (Zie huishoudelijk reglement, art.9).
  2. De verenigingen zijn niet bevoegd zich aan deze verplichting te onttrekken.

Artikel 8

Leden van verdienste zijn vrijgesteld van het betalen van contributie.

Artikel 9

Contributie is steeds verschuldigd over een geheel verenigingsjaar, met dien verstande dat in geval het lidmaatschap van de vereniging eindigt wegens toepassing van artikel 11.lid 1 b of

lid 1 c de contributie slechts pro rata verschuldigd is tot de datum van beëindiging van het lidmaatschap.

Artikel 10

De statuten en/of het huishoudelijk reglement van de verenigingen mogen niet in strijd zijn met de statuten en/of het huishoudelijk reglement van de Federatie.

Beëindiging lidmaatschap

Artikel 11

  1. Het lidmaatschap van gewone leden (verenigingen) eindigt door:

          a.       schriftelijke opzegging door het lid aan het bestuur. Dit kan slechts geschieden ten minste drie maanden voor het einde van het boekjaar (een en dertig december);

b.       schriftelijke opzegging door het bestuur namens de Federatie indien een lid heeft opgehouden aan de vereisten voor het lidmaatschap gesteld onder artikel 5.lid 2 te voldoen;

c.       ontzetting; deze kan alleen worden uitgesproken door het bestuur wanneer een lid handelt in strijd met de statuten, het huishoudelijk reglement of besluiten van de Federatie, of de Federatie op onredelijke wijze benadeelt.

  1.        Het lidmaatschap van leden van verdienste eindigt door:

          a.       overlijden;

b.       schriftelijke opzegging door het lid van verdienste aan het bestuur. Dit kan te allen tijde geschieden zonder de verplichting tot inachtneming van een opzeggingstermijn;

c.       ontzetting; deze kan alleen worden uitgesproken door het bestuur wanneer een lid van verdienste handelt in strijd met de statuten, het huishoudelijk reglement of besluiten van de Federatie, of de Federatie op onredelijke wijze benadeelt.

  1. De status begunstiger eindigt voor natuurlijke personen door:

          a.       overlijden;

b.       schriftelijke opzegging door de begunstiger aan het bestuur. Dit kan te allen tijde geschieden zonder de verplichting tot inachtneming van een opzeggingstermijn;

c.       schriftelijk opzegging door het bestuur namens de Federatie indien de begunstiger heeft opgehouden aan de vereisten gesteld in artikel 5.4 te voldoen;

d.       ontzetting; deze kan alleen worden uitgesproken door het bestuur wanneer een begunstiger de Federatie op onredelijke wijze benadeelt.

e.       Bij beëindiging van de status van begunstiger kan, tenzij uit een schriftelijke overeenkomst blijkt dat uitdrukkelijk anders is overeengekomen, geen aanspraak worden gemaakt op restitutie van reeds ten gunste van de Federatie overgemaakte bedragen.

Nog niet ontvangen bedragen zijn aan de Federatie in evenredigheid verschuldigd tot aan de datum van beëindiging van de status van begunstiger.

  1. De status van begunstiger eindigt voor rechtspersonen door:

          a.       ontbinding van de rechtspersoon van de begunstiger;

b.       verlies van de rechtspersoon door de begunstiger;

c.       faillissement;

d.       schriftelijke opzegging door de begunstiger aan het bestuur. Dit kan te allen tijde geschieden zonder verplichting tot inachtneming van een opzeggingstermijn;

e.       schriftelijke opzegging door het bestuur namens de Federatie indien de begunstiger heeft opgehouden aan de vereisten gesteld in artikel 5.4 te voldoen;

f.       ontzetting; deze kan alleen worden uitgesproken door het bestuur wanneer een begunstiger de Federatie op onredelijke wijze benadeelt.

g.       Bij beëindiging van de status van begunstiger kan, tenzij uit een schriftelijke overeenkomst blijkt dat uitdrukkelijk anders is overeengekomen, geen aanspraak worden gemaakt op restitutie van reeds ten gunste van de Federatie overgemaakte bedragen.

Nog niet ontvangen bedragen zijn aan de Federatie in evenredigheid verschuldigd tot aan de datum van beëindiging van de status van begunstiger.

Ontzetting en schorsing

Artikel 12

Het betrokken lid, respectievelijk de betrokken begunstiger, wordt ten spoedigste schriftelijk met opgave van redenen van een besluit tot ontzetting in kennis gesteld.

Artikel 13

Van een besluit tot ontzetting staat binnen een maand na ontvangst van de kennisgeving van het besluit beroep open op de Algemene Ledenvergadering.

Artikel 14

Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het betrokken lid geschorst.

Artikel 15

In alle gevallen waarin ontzetting kan plaatshebben, kan het betrokken lid door het bestuur worden geschorst voor ten hoogste zes maanden. Het bestuur bepaalt daarbij in hoeverre gedurende de schorsing aan het lid de uitoefening van bepaalde rechten zal worden ontzegd.

Artikel 16

Ingeval van schorsing ingevolge de bepalingen van artikel 15 wordt de betrokkene ten spoedigste met opgave van redenen van een besluit tot schorsing in kennis gesteld.

Artikel 17

Van een besluit tot schorsing staat binnen een maand na ontvangst van de kennisgeving van het besluit beroep open op de Algemene Ledenvergadering.

Artikel 18

Het beroep op de Algemene Ledenvergadering volgens artikel 17 heeft een opschortende werking.

De Algemene Ledenvergadering

Artikel 19

De Algemene Ledenvergadering wordt gevormd door de afgevaardigden van de verenigingen en de leden van de organen van de Federatie.

Artikel 20

Begunstigers en leden van verdienste hebben toegang tot de Algemene Ledenvergadering, zijn bevoegd daar het woord te voeren doch hebben geen stemrecht.

Artikel 21

1.       a.       Verenigingen die niet geschorst zijn alsmede het bestuur van de Federatie hebben stemrecht, zulks met uitzondering van onderwerpen zoals in lid 2 van dit artikel bepaald. De verenigingen beschikken over een aantal stemmen, afhankelijk van het ledental op één januari van het jaar waarin de stemming plaatsvindt.

b.       Het aantal stemmen bedraagt:

–        één voor een vereniging met niet meer dan één honderd (100) leden;

–        twee voor een vereniging met meer dan één honderd (100) leden en minder dan twee honderd vijftig (250) leden;

–        drie voor een vereniging met meer dan twee honderd vijftig (250) leden en minder dan vijf honderd (500) leden en vervolgens

–        drie plus één stem extra cumulatief voor elke vijf honderd (500) leden – of gedeelte daarvan – oplopend per vijf honderd (500) leden, tot een maximum van twaalf (12) stemmen.

Het bestuur van de Federatie heeft één stem.

  1. De hiervoor in lid 1 bedoelde uitzondering betreft de stemming over expliciete Philips onderwerpen alsmede over zaken die het Philips Pensioenfonds (PPF) betreffen. Of er sprake is van expliciete Philips onderwerpen of zaken die het PPF betreffen, is ter bepaling van het bestuur.

Bij stemmingen als in dit lid bedoeld geldt:

Slechts verenigingen welke een pensioen ontvangen van het PPF en niet geschorst zijn alsmede het bestuur van de Federatie hebben stemrecht.

De in dit lid bedoelde verenigingen beschikken over een aantal stemmen, afhankelijk van het aantal leden dat op één januari van het jaar waarin de stemming plaatsvindt.

Het aantal stemmen bedraagt dan als in de uitzonderingsregel geduid:

–        één voor een vereniging met niet meer dan één honderd (100) leden;

–        twee voor een vereniging met meer dan één honderd (100) leden en minder dan twee honderd vijftig (250) leden;

–        drie voor een vereniging met meer dan twee honderd vijftig (250) leden en minder dan vijf honderd (500) leden en vervolgens

–        drie plus één stem extra cumulatief voor elke vijf honderd (500) leden – of gedeelte daarvan – oplopend per vijf honderd (500) leden, tot een maximum van twaalf (12) stemmen.

Het bestuur van de Federatie heeft één stem.

  1.        De afgevaardigden hebben vrij mandaat. Alle stemmen van een vereniging, bedoeld in de vorige leden, worden uitgebracht door één afgevaardigde, die daartoe door het bestuur van die vereniging is gemachtigd.

Artikel 22

Voor ieder van de afgevaardigden kan een plaatsvervangend afgevaardigde worden aangewezen. Ten aanzien van deze plaatsvervangend afgevaardigde geldt mutatis mutandis hetgeen is bepaald in artikel 23.

Het aantal afgevaardigden plus het aantal plaatsvervangend afgevaardigden in een Algemene Ledenvergadering bedraagt ten hoogste het aantal stemmen waarover deze vereniging beschikt.

Artikel 23

De afgevaardigden van een vereniging worden door het bestuur van die vereniging benoemd uit de leden van de vereniging. Het bestuur van deze vereniging doet schriftelijk mededeling aan het bestuur van de Federatie wie als afgevaardigden zijn benoemd, alsmede aan welke adressen de mededelingen en stukken betreffende een Algemene Ledenvergadering gezonden dienen te worden. In bedoelde schriftelijke mededeling wordt tevens vermeld welke afgevaardigde gemachtigd is te stemmen in de zin van artikel 21. lid 3.

Artikel 24

De plaatsvervangend afgevaardigden hebben, ook indien zij de plaats van een afgevaardigde niet innemen, recht van toegang tot de Algemene Ledenvergadering.

Artikel 25

Indien zowel de stemgerechtigde afgevaardigde als plaatsvervangend stemgerechtigde afgevaardigde verhinderd is de Algemene Ledenvergadering bij te wonen, kan een mede afgevaardigde schriftelijk worden gemachtigd om de betrokken afgevaardigde te vertegenwoordigen en diens stem(men) uit te brengen.

Artikel 26

Aan de Algemene Ledenvergadering komen in de Federatie alle bevoegdheden toe die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen.

Artikel 27

Jaarlijks wordt in de maand april een Algemene Ledenvergadering gehouden.

Op deze vergadering wordt in ieder geval:

  1. door het bestuur verslag uitgebracht over zijn werkzaamheden in het afgelopen verenigingsjaar;
  2. door het bestuur rekening en verantwoording afgelegd over het in het afgelopen verenigingsjaar gevoerde beleid en beheer;
  3. voorzien in vacatures die in het bestuur ontstaan respectievelijk zijn ontstaan;
  4. het werkplan en de begroting voor het lopende verenigingsjaar vastgesteld;
  5. de contributie voor het komende jaar vastgesteld;
  6. besloten over de betreffende voorstellen indien artikel 46.2 of 46.3 van toepassing is.

Artikel 28

  1.        Van het behandelde in een Algemene Ledenvergadering worden notulen gehouden, die door een notulencommissie worden vastgesteld en ten bewijze daarvan door de voorzitter en secretaris worden ondertekend.
  2. Aan het begin van iedere Algemene Ledenvergadering wordt door en uit de Algemene Ledenvergadering een uit drie personen bestaande notulencommissie benoemd. Leden van het bestuur van de Federatie kunnen geen lid zijn van de notulencommissie.

Artikel 29

  1. De oproep tot de Algemene Ledenvergadering geschiedt ten minste vier weken vóór de datum waarop de vergadering zal worden gehouden bij schriftelijke kennisgeving aan alle verenigingen (het overeenkomstig in artikel 23 medegedeelde adres), alsmede aan alle leden van verdienste en begunstigers.

De afgevaardigden bedoeld in artikel 23 krijgen de oproep toegezonden zodra hun adressen bekend zijn.

  1. De oproep bevat tijdstip, plaats en agenda van de vergadering, gaat vergezeld van de stukken en vermeldt de plaats waar en de tijd gedurende welke op ten minste vijf dagen voor de vergadering de eventuele nagekomen stukken die op de agenda betrekking hebben ter inzage zullen worden gelegd.
  2. Indien er voor de ALV onderwerpen geagendeerd zijn waarop het bestuur de uitzonderingsregel genoemd in art. 21.lid 2 van toepassing heeft verklaard zal dat op de agenda vermeld worden.

Artikel 30

De Algemene Ledenvergadering kan alleen besluiten nemen aangaande onderwerpen die op de agenda voorkomen.

Artikel 31

Een eenstemmig besluit van alle leden, al zijn deze niet in vergadering bijeen, heeft mits met voorkennis van het bestuur dezelfde kracht als een besluit van de Algemene Ledenvergadering.

Artikel 32

Tot en met een en dertig januari kunnen de verenigingen bij het bestuur schriftelijke voorstellen doen voor agendapunten van de Algemene Ledenvergadering in april daaropvolgend.

Artikel 33

Het bestuur is gehouden een schriftelijk tijdig door een vereniging voorgesteld agendapunt op de agenda te plaatsen.

Artikel 34

  1. De Algemene Ledenvergadering streeft in haar besluitvorming in principe naar unanimiteit. Blijkt na ampel overleg deze unanimiteit niet te bestaan dan vindt stemming plaats.
  2. Voor zover bij deze statuten of het huishoudelijk reglement niet anders is bepaald worden besluiten genomen in een vergadering waarin ten minste een derde van de verenigingen is vertegenwoordigd met een minimum van drie verenigingen en met een gewone meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen. Blanco stemmen worden niet meegeteld. De voorzitter bepaalt de wijze van stemming, alsmede de mogelijkheid van stemming bij acclamatie.

Artikel 35

Algemene Ledenvergaderingen worden voorts gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenselijk oordeelt of wanneer dat door de wet of de statuten verplicht is dan wel indien ten minste drie verenigingen zulks schriftelijk met redenen omkleed aan het bestuur verzoeken. In het laatste geval moet de Algemene Ledenvergadering gehouden worden binnen vier weken na ontvangst van het desbetreffende verzoek, waarbij het aanhouden van de termijn genoemd in artikel 29.lid 1 niet vereist is.

Artikel 36

Indien aan het verzoek bedoeld in artikel 35 niet binnen veertien dagen door het zenden van een oproep gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekende verenigingen zelf tot die bijeenroeping overgaan door zelf de schriftelijke uitnodigingen toe te zenden aan alle leden en begunstigers. Pas wanneer het bestuur weigert daartoe het adressenbestand volgens het ledenregister ter beschikking te stellen, kan worden volstaan met het plaatsen van een advertentie in ten minste drie in Nederland veel gelezen dagbladen.

De kascontrolecommissie

Artikel 37

De Algemene Ledenvergadering benoemt jaarlijks een kascontrolecommissie van ten minste twee personen geen deel uitmakend van het bestuur. De commissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het bestuur en brengt aan de eerstvolgende Algemene Ledenvergadering zoals bedoeld in artikel 27 schriftelijk verslag van haar bevindingen uit. Dezelfde persoon kan niet meer dan twee achtereenvolgende jaren deel uitmaken van de kascontrolecommissie.

Artikel 38

Het bestuur heeft tegenover de commissie ten behoeve van haar onderzoek de verplichting alle gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te vertonen en inzage van de boeken en bescheiden van de vereniging te geven.

Artikel 39

Zo nodig kan de commissie zich op kosten van de vereniging door een deskundige doen bijstaan.

Artikel 40

De Algemene Ledenvergadering is te allen tijde bevoegd de commissie van haar taak te ontheffen, doch slechts door de benoeming van een andere commissie.

Het bestuur

Artikel 41

Behoudens beperking volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de Federatie.

Artikel 42

Het bestuur is bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten, tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen en het sluiten van overeenkomsten waarbij de Federatie zich als borg of hoofdelijk mede schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt, of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt.

Artikel 43

Het bestuur van de Federatie bestaat uit:

  1. maximaal zeven personen, welke door de Algemene Ledenvergadering worden gekozen uit de leden van de bij de Federatie aangesloten verenigingen;
  2. de onder het artikel 1 van het huishoudelijk reglement aangestelde regiovertegenwoordigers.

Artikel 44

Bestuursleden worden voor twee jaar gekozen en kunnen worden herkozen.

Artikel 45

Het bestuur kent een voorzitter, een vice-voorzitter, een secretaris, een tweede secretaris en een penningmeester. Deze worden in functie gekozen. Zij vormen tezamen het Dagelijks Bestuur.

Artikel 46

  1.       Het bestuur vertegenwoordigt de Federatie. Bovendien vertegenwoordigen twee leden van het Dagelijks Bestuur de vereniging. Het bestuur kan ten behoeve van telkens met name te noemen zaken een of meer bestuursleden schriftelijk vertegenwoordigingsbevoegdheid verlenen. Het tekenen van stukken die geen verbintenis of kwijting namens de vereniging inhouden, kan door de secretaris geschieden.
  2. Het bestuur dient in alle zaken van gewicht zo mogelijk vooraf om richtlijnen te verzoeken aan de Algemene Ledenvergadering. In die gevallen waarin geen richtlijnen vooraf gevraagd konden worden, is bekrachtiging van de genomen beslissing door de Algemene Ledenvergadering achteraf noodzakelijk.
  3. Bij huishoudelijk reglement kan worden bepaald in welke gevallen voorafgaande goedkeuring van de Algemene Ledenvergadering is vereist.

Artikel 47

Het bestuur kan voor de Federatie in naam van de leden verplichtingen aangaan en namens de leden tot handhaving van de bedongen rechten in rechte optreden, waaronder begrepen het vorderen van schadevergoeding.

Artikel 48

Het bestuur vergadert ten minste driemaal per jaar en voorts binnen veertien dagen nadat de voorzitter dit nodigt acht of ten minste twee andere bestuursleden de voorzitter daarom vragen.

Artikel 49

  1.        Rechtsgeldige bestuursbesluiten kunnen slechts dan worden genomen indien ten minste de helft van het aantal bestuursleden zijn mening aan de vergadering heeft kenbaar gemaakt.
  2. Voor bestuursbesluiten geldt dat deze dienen te worden genomen met gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

Artikel 50

Het bestuur ziet toe op de naleving van statuten, huishoudelijk reglement en de besluiten van de Algemene Ledenvergadering. Het is belast met de dagelijkse leiding van de Federatie, met de werkzaamheden die de Algemene Ledenvergadering aan het bestuur opdraagt en met het toezicht op de werkzaamheden van het Federatiebureau.

Artikel 51

Voor een vacature in het bestuur kan zowel door het bestuur als door een vereniging een kandidaat worden gesteld. Namen van kandidaten die door de verenigingen worden gesteld dienen ten minste drie weken vóór de vergadering bij het bestuur te worden ingediend, voorzien van een bereidverklaring van de betrokken kandidaat.

Artikel 52

In tussentijdse vacatures kan door het bestuur worden voorzien tot aan de eerstvolgende Algemene Ledenvergadering.

Artikel 53

Leden van het bestuur kunnen slechts zijn natuurlijke personen die lid zijn van een van de aangesloten verenigingen. Het bestuurslidmaatschap is onverenigbaar met de functie van afgevaardigde van een vereniging in de Algemene Ledenvergadering.

Leden van het Dagelijks Bestuur kunnen slechts zijn natuurlijke personen die lid zijn van een van de aangesloten verenigingen en een pensioen ontvangen van het PPF.

Artikel 54

De leden van het bestuur kunnen door een besluit van de Algemene Ledenvergadering als bestuurslid worden ontslagen. Een dergelijk besluit kan slechts rechtsgeldig worden genomen in een vergadering, waarin ten minste drie vierde van het aan de gezamenlijke verenigingen toekomende aantal stemmen is vertegenwoordigd.

Federatiebureau

Artikel 55

Onder verantwoordelijkheid van het bestuur van de Federatie functioneert een bureau, dat tot taak heeft:

  1. technische bijstand te verlenen aan het bestuur van de Federatie, alsmede aan de afgevaardigden in de Algemene Ledenvergadering en de besturen van de verenigingen, zoals ten aanzien van de ledenadministratie, het financieel beheer, het secretariaat, de publiciteit en vergaderingen;
  2. adviezen voor te bereiden welke rechtstreeks dan wel via de besturen van de verenigingen, worden uitgebracht ten aanzien van de vraagstukken welke verband houden met de doelstellingen van de Federatie.

Artikel 56

Door het bestuur worden een of meer medewerkers aangetrokken. Deze medewerkers zijn bij voorkeur lid van een van de bij de Federatie aangesloten verenigingen. Deze medewerkers volgen daarbij de aanwijzingen van het bestuur, dat de arbeidsvoorwaarden regelt.

Artikel 57

De in artikel 56 genoemde medewerkers krijgen een door het bestuur nader te bepalen taakomschrijving.

Geldmiddelen

Artikel 58

De geldmiddelen van de Federatie bestaan uit:

–        contributies;

–        bijdragen van begunstigers;

–        subsidies;

–        alle andere inkomsten.

Vereniging en jaarverslag

Artikel 59

  1. Het verenigingsjaar loopt van één januari tot en met een en dertig december daaropvolgend.
  2. Behoudens verlenging van deze termijn door de Algemene Ledenvergadering brengt het bestuur binnen zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, zijn jaarverslag uit waarin rekening en verantwoording over het gevoerde beleid en beheer wordt gegeven.

Na verloop van de termijn kan ieder lid deze rekening en verantwoording in rechte van het bestuur vorderen.

Huishoudelijk reglement

Artikel 60

  1. De Algemene Ledenvergadering stelt een huishoudelijk reglement vast, dat geen bepalingen mag bevatten die in strijd met deze statuten zijn.
  2. Besluiten ter vaststelling en/of wijziging van het huishoudelijk reglement kunnen slechts worden genomen op voorstel van het bestuur in een vergadering waarin ten minste de helft van de gezamenlijke verenigingen vertegenwoordigd is, en bij een meerderheid van ten minste drie vierde van het aan de aanwezige verenigingen toekomende aantal stemmen.
  3. De afgevaardigden in de Algemene Ledenvergadering moeten kennis kunnen nemen van voorstellen tot wijziging van het huishoudelijk reglement ten minste een en twintig dagen vóór de vergadering waarin die voorstellen worden behandeld.

Statutenwijziging en ontbinding

Artikel 61

  1. Een besluit tot wijziging van de statuten of tot ontbinding van de vereniging kan slechts worden genomen op voorstel van het bestuur en met een meerderheid van ten minste drie vierde van alle aan de verenigingen toekomende stemmen op een Algemene Ledenvergadering waar ten minste twee derde van de verenigingen vertegenwoordigd is en waartoe ten minste vier weken tevoren is opgeroepen volgens artikel 29.lid 2 van de statuten en met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten dan wel ontbinding van de vereniging zal worden voorgesteld.
  2. Indien op een Algemene Ledenvergadering waar een voorstel tot wijziging van de statuten of tot ontbinding niet twee derde van de verenigingen vertegenwoordigd is, dan wel een drie  vierde meerderheid niet wordt gehaald, kan in een Algemene Ledenvergadering welke binnen vier weken daarna zal moeten worden gehouden over het bedoelde onderwerp een besluit worden genomen met ten minste drie vierde van het aan de aanwezige afgevaardigden toekomende aantal stemmen, en ongeacht het aantal van de ter vergadering vertegenwoordigde verenigingen.

Artikel 62

  1. Na de oproeping tot de Algemene Ledenvergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging of ontbinding moet ten minste vijf dagen voor de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, respectievelijk waarin de consequenties van de ontbinding worden vermeld, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage liggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden.
  2. Het bepaalde in lid 1 van dit artikel is niet van toepassing indien in de Algemene Ledenvergadering alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn en het besluit tot statutenwijziging of ontbinding met algemene stemmen wordt aangenomen.

Artikel 63

De wijziging van de statuten respectievelijk de ontbinding van de Federatie treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt respectievelijk de ontbinding in het openbaar register is ingeschreven.

Artikel 64

De Federatie wordt ontbonden:

  1.        door een daartoe strekkend besluit van de Algemene Ledenvergadering;
  2. door insolventie nadat zij in staat van faillissement is verklaard, of door de opheffing van het faillissement wegens de toestand van de boedel;
  3. door de rechter in de gevallen in de wet bepaald;
  4. door het geheel ontbreken van aangesloten verenigingen.

Liquidatie

Artikel 65

Bij ontbinding van de Federatie in het geval bedoeld in:

  1. artikel 64. lid a. is het bestuur met de vereffening belast;
  2. artikel 64. lid b. is de curator met de vereffening belast;
  3. artikel 64. lid c. is de griffier van het college waarvoor de zaak laatstelijk aanhangig was met de vereffening belast;
  4. artikel 64. lid d. zijn de laatste bestuursleden met de vereffening belast.

Artikel 66

Het liquidatiesaldo dient zo veel mogelijk besteed te worden overeenkomstig het doel van de Federatie.

Slotbepaling

  1.       In gevallen waarin door deze statuten niet voorzien wordt, beslist de Algemene Ledenvergadering. Wanneer het belang van de Federatie het vergt dat de beslissing geen uitstel gedoogt, dan beslist het bestuur. Van deze beslissing stelt het bestuur echter de leden binnen twee maanden in kennis, bij gebreke waarvan de desbetreffende beslissing geacht wordt niet te zijn genomen.
  2.       De leden hebben overigens de mogelijkheid om elke beslissing en/of besluit op de Algemene Ledenvergadering bij meerderheid aan uitgebrachte stemmen nietig te verklaren en andere besluiten te nemen staande de vergadering tenzij het een besluit betreft hetwelk met een gekwalificeerde meerderheid genomen dient te worden; nietigheid kan alsdan slechts bij zelfde meerderheid worden ingeroepen.
  3.       Te goeder trouw verkregen rechten van derden zullen noch ingevolge het bepaalde in lid 1 noch ingevolge het bepaalde in lid 2 van dit artikel kunnen worden geschaad.

 

Gewijzigd: 17 oktober 2014